Reacties en aanvullingen

REACTIES EN AANVULLINGEN

Graag wil de redactie lezers van het blad Socialiter de mogelijkheid geven hun reacties en aanvullingen op artikelen en mededelingen in het blad voor een wijder publiek bekend te maken. Op de column Ineptiae in nummer 27 (‘De aanbidding van de Grote Taalgod’, door Hielke Vriesendorp) zijn inmiddels twee reacties binnengekomen:

I. Dr J.A. Mazel (e.e. 1957) d.d. 28 oktober 2012

LS,

Hartelijke dank voor nummer 27 van Socialiter. Het is iedere keer weer interessant om over het Haganum te lezen. Ook de bijdrage van Hielke Vriesendorp heb ik met belangstelling gelezen, hoewel ik het niet met hem eens ben. Correct taalgebruik is helemaal niet elitair.

Ik vind onjuist gebruik van de (Nederlandse) taal juist een testimonium paupertatis. Daarvoor hebben we toch niet zo gezwoegd bij vooral Latijn en Grieks?

Hoever gaat de lankmoedigheid van de auteur? Keurt hij haar als pronomen possessivum (pardon: bezittelijk voornaamwoord) ook goed als het betrekking heeft op het bestuur (bladzijde 34 van Socialiter 27)? Of vindt de redactie dit toch ook wel een ernstige vorm van verharing (een neologisme, staat niet in Van Dale)?

Ik ben benieuwd naar uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Adriaan Mazel (e.e. 1957).

Reactie redactie:

Zeer geachte Heer Mazel,

In de eerste plaats wil ik de hand in eigen boezem steken en U mijn excuses aanbieden voor het slordige taalgebruik op bladzijde 34: haar in plaats van zijn! Dit is eens maar nooit weer. Het judicium testimonium paupertatis is nog mild uitgedrukt. Het door mij bezondigen aan deze verregaande vorm van verharing, zeg vervrouwelijking moet niet worden aangemoedigd.

Anders ligt het met de strekking van de column Ineptiae. Waarschijnlijk zal U de knipoog in dit artikel niet zijn ontgaan.

Graag nodig ik U uit ons ook in de toekomst kritisch te volgen. Daar wordt Socialiter alleen mooier en beter van.

Met hartelijke groet,

Giap Tan.

 

Mijne Heren,

Dank voor de snelle reactie. Ter geruststelling: de knipoog was me niet ontgaan, maar na 30  jaar samenwerking met een Vriesendorp (Willem, mijn arts-associé) weet ik dat je het met een Vriesendorp nooit zeker weet!

Hartelijke groet,

Adriaan Mazel

 

Zeer geachte heer Mazel,

Hartelijk dank voor uw reactie. Met een Vriesendorp weet je het vrij snel zeker, maar m’n oom maakt daar inderdaad graag een uitzondering op! Ik in dezen dus ook maar. Ik moet namelijk zeggen dat ik m’n eigen knipoog vooral zag in de stijl van m’n column, niet zozeer in de inhoud. Als neerlandicus in opleiding weet ik dat een strenge norm op het gebied van standaardtaal geen bijdrage levert aan de begrijpelijkheid ervan. Zo bestond er in de middeleeuwen geen standaardtaal en begrepen auteurs elkaar toch zonder moeite. Zelfs hedendaagse lezers kunnen met enige inspanning het Middelnederlands nog goed volgen. Het effect dat ‘correct’ en ‘incorrect’ taalgebruik hebben is dus vooral dat eraan is af te lezen wie tot de intellectuele elite behoort en wie niet. Zo zou ik tot de conclusie willen komen dat ‘correct’ taalgebruik wel degelijk elitair is. Ik kan mij dus ook weinig zorgen maken over de verharing van het Nederlands. (Ik zou het alleen al willen aanmoedigen om het beeld dat die term ongewild oproept.) Ik hoop mijn wellicht wat boude uitspraken zo een beetje te kunnen hebben toegelicht.

Met hartelijke groet!

Hielke Vriesendorp

II. Robert de Krieger (e.e. 1950) d.d. 9 november 2012

Geachte Heer Tan,

Het is te hopen dat ik niet de enige ben die ontzet is over het artikel van Hielke Vriesendorp. Mijn gehele leven heb ik me geergerd over taalfouten, zowel in Nederland, Canada, Frankrijk als nu in Duitsland.

De achteruitgang van de taalbeheersing is het meest duidelijk in Canada en Nederland, wat betreft de geschreven zowel als de gesproken taal.

Geregeld schreef ik aan de Globe and Mail (Toronto) om hen opmerkzaam te maken op spel- en grammaire fouten. En dat van journalisten! Men kan zeggen “dat is nu de norm”, maar mijn haar staat overeind wanneer ik hoor “hij was ooit leerling op het Gymnasium Haganum”. Mensen die een beetje Engels, Frans of Duits kennen moeten dat maar eens proberen met “ever, jamais, immer”. En of het nu de norm is om “ritme, kado” te schrijven, voor mij blijft het afschuwelijk. Ik zou door kunnen gaan over de vreselijke barbarismen in het Engels (barbeque in plaats van barbecue), of het feit dat men op de Nederlandse radio spreekt over “goeje morge”, “daar kan je kope”, maar ik geloof dat het zo wel genoeg is. Tot Hielke alleen dit: wij beschouwen ons niet als elite wanneer wij “als” in plaats van “dan” vermijden, maar als mensen die iets meegenomen hebben van hun schooljaren. Ik heb in 1950 eindexamen afgelegd, woon sindsdien in het buitenland, maar mijn respect voor de Grote Taalgod is onverminderd.

Met vriendelijke groet (toch),

Rob de Krieger (e.e. 1950)